Strijd tegen etnisch profileren en discriminatie

Op donderdag 29 maart vond er een avond plaats in De Roma rond het probleem van etnisch profileren door de politie, georganiseerd door Amnesty International, Uit de Marge en Kifkif. Ter afsluiting gingen politici Bart Somers (open VLD), Orry Van de Wauwer (CD&V), Imade Anouri (Groen), Michael Freilich (N-VA), Yasmine Kerbache (Sp.a) en Jos D’Haese (PvdA) met elkaar in debat.

Etnisch profileren houdt in dat criteria als ras of nationale of etnische afkomst, huidskleur of religie de reden zijn voor politiecontroles, zonder een objectieve reden. Dit is een probleem. Niet alleen omdat dit in strijd is met de wet op het politieambt (die spreekt van een ‘redelijke grond’ om iemand te mogen controleren), maar zeker ook omdat dit schadelijk is voor zij die hiermee geconfronteerd worden. Dit werd pijnlijk duidelijk in de Nederlandse documentaire “Verdacht”, die voorafgaand aan het debat getoond werd. Hierin werden verschillende getuigenissen gegeven over etnisch profileren. Vele aanwezigen in De Roma getuigden ook hoe vaak zij hiermee geconfronteerd werden en hoe zij zich hierbij voelden. Dit leidde tot getuigenissen van “vernederd”, “gekleineerd”, “machteloos”. Tot zelfs “Ik voelde me gereduceerd tot louter mijn huidskleur”.

Politie

Etnisch profileren leidt ertoe dat deze groepen de politie gaan wantrouwen, wat schadelijk is voor de legitimiteit van de politieorganisatie. Dit draagt ook niet bij tot de effectiviteit van de politie, omdat de focus ligt op etnische of raciale kenmerken in plaats van echte indicatoren van verdenking. Spanje probeert dit tegen te gaan door alle politiecontroles te registreren. Deze registratie en een bewustwordingscampagne bij de politie leidde tot een algemene daling van de aanhoudingen enerzijds, maar een stijging van succesvolle aanhoudingen van 6 naar 28%. Verder kan etnisch profileren ook vooroordelen rond het verband tussen criminaliteit of overlast en etniciteit versterken.

Daarom stelt CD&V voor om politiecontroles te registreren. Meten is weten. Het gebrek aan onderzoek en gegevens over identiteitscontroles belemmeren een adequaat antwoord op het probleem. Omdat er geen onderzoek en analyse is blijft dit soort discriminatie verborgen en moeilijk aan te pakken, aldus Amnesty International.

Mijn collega in het federale parlement en fractieleider in de Antwerpse gemeenteraad Nahima Lanjri heeft recent een hoorzitting over georganiseerd in de Kamer over het probleem van etnisch profileren. Op basis van de bevindingen daar, stelde ze recent in de Antwerpse gemeenteraad voor om politiecontroles mee te registreren binnen het profproject “Focus App” dat momenteel loopt bij de Antwerpse politie. Zo kan men nagaan waarom iemand gecontroleerd wordt, zonder een administratieve last voor politie. Verder is het ook belangrijk dat hier voldoende aandacht aan wordt besteed binnen de politieopleiding. Tot slot zou de politie zelf de diversiteit in onze samenleving beter moeten weerspiegelen.

Discussie

De enige politicus die het probleem van etnisch profileren minimaliseerde, was dhr. Freilich van N-VA. Hij maakte ook de vergelijking tussen verschillende gemeenschappen en buurten in de stad. Voor hem heerst het probleem van etnisch profileren immers niet in zijn (minderheids)gemeenschap. Ik heb hem hierop van antwoord gediend:

“Het verschil tussen u en mij, is dat mijn strijd tegen discriminatie stopt niet wanneer mijn minderheidsgroep, holebi’s, niet meer gediscrimineerd wordt, maar wanneer geen enkele groep nog discriminatie ondervindt.”

Je kan deze passage uit het debat hier herbekijken:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *