Red het Bos Hof ter Linden: campagneteam voor burgemeester Avontroodt?

Op de zitting van 21 mei 2012 heeft de gemeenteraad het Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) Jachthoornlaan unaniem goedgekeurd. Op 12 juli 2012 heeft de bestendige deputatie (provincie) deze bekrachtiging bevestigd. Het resultaat hiervan is dat de bos Hof ter Linden niet bebouwd mag worden. Het bos is gered, het resultaat van een lange strijd. Een strijd die gewonnen is dankzij 6255 mensen die een bezwaarschrift hebben ingediend tijdens het openbaar onderzoek. En dankzij het onafhankeijke actiecomité Red het Bos Hof ter Linden.

Nuja, onafhankelijk.

Op 3 september, meer dan drie maanden na de goedkeuring door de gemeenteraad en bijna twee maanden na de bekrachtiging door de bestendige deputatie, heeft het actiecomité een persbericht gestuurd om de inwoners van Schilde het “nieuws” te melden dat het bos Hof ter Linden gered was. In dit persbericht niets dan lovende woorden voor burgemeester Avontroodt.

Door de inhoud en de timing van dit persbericht, in de volle verkiezingsstrijd, ontstaat de schijn alsof de actiegroep campagne voert voor onze burgemeester. Door het versturen van het betreffende persbericht verliest het actiecomité in mijn ogen al haar geloofwaardigheid als actiegroep. Het comité en vooral de 6255 mensen die een bezwaarschrift hebben ingediend worden misbruikt als campagnemiddel voor burgemeenster Avontroodt. Maar naast de geloofwaardigheid van het actiegroep kunnen ook vragen gesteld worden bij de geloofwaardigheid van onze burgemeester. Wie het Open vld-beleid van de voorbije legislaturen een beetje gevolgd heeft zal ongetwijfeld rare ogen trekken bij de huidige groene profilering van onze burgemeester en haar partij.

De inhoud en de timing van het persbericht zijn een spijtige zaak met het oog op toekomstige acties. Als geëngageerde inwoner van Schilde – ’s-Gravenwezel zie ik in de actiegroep nog steeds een partner in de strijd voor het behouden van het groene karakter van onze gemeente. Ik zal echter ook tweemaal nadenken vooraleer ik in acties meestap. Ik wil immers niet gebruikt worden als campagnemiddel voor onze burgemeester. Het actiecomité heeft het vertrouwen van vele inwoners verloren. En vertrouwen is iets dat je heel snel verliest maar slechts geleidelijkaan terug opbouwt. Hopelijk wint Red het Bos Hof ter Linden het vertrouwen tijdig terug tegen wanneer nieuwe acties nodig zijn. En hopelijk schendt ze dan dit vertrouwen niet voor een tweede keer.

Normaal jongerengedrag = overlast?!?

Naar aanleiding van concrete klachten van buurtbewoners rond de WIP in Schilde, besliste het college van burgemeester en schepenen tijdens haar zitting van 16 mei 2011:

“Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de recentste documenten betreffende situatie de Wip.

Art. 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist de waarborg in te houden voor de fuif van KA Schilde op 6 mei 2011 in zaal Wip, de organisatoren mogen zaal De Wip en Liebaert niet meer reserveren en deze sanctie wordt gecommuniceerd naar de omwonenden, die ons contacteerden.

Art. 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist gedurende het jaar verdere opvolgingsacties te houden zoals de observatie in februari 2011 en de geluidsmetingen in oktober 2010 en mei 2011.

Art. 4. Het college van burgemeester en schepenen beslist de mogelijkheden te onderzoeken om het afdwalen van de zaal naar het plein bij feesten verder (visueel) te ontmoedigen.

Art. 5. Het college van burgemeester en schepenen beslist een ontwerpreglement te laten opmaken om het speelplein park te maken zodat na zonsondergang en voor zonsopgang toegang verboden is.

Art. 6. Het college van burgemeester en schepenen beslist de luchtregeling aan te passen zodat de temperatuur constant is.”

Later zou het college een concerete beslissing nemen om het probleem aan de WIP aan te pakken en dit voorstel voorleggen aan de gemeenteraad. Dit gebeurde op de gemeenteraadszitting van 16 janiari 2012. Het voorstel van het collegevan 16 mei 2011 dat werd voorgesteld luidde luide als volgt:

“…

3. Er is een beslissing van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16/5/2011 genomen om voor de situatie de Wip een ontwerpreglement te laten opmaken om van het speelplein een park te maken zodat na zonsondergang en voor zonsopgang de toegang verboden is.

Voorstel oplossing : tegelijkertijd zijn op korte en lange termijn volgende acties uit te voeren.

Politiereglement wijzigen en laten goedkeuren door gemeenteraad. Oa … enkele aanvullingen doen. De titel van Hoofdstuk 5.- OPENBARE PARKEN aanvullen met SPEELPLEINEN EN PLANTSOENEN. Verder in alle artikels waar het woord „parken‟ staat aanvullen met speelpleinen en plantsoenen. Dit ter uitvoering van beslissing van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16/5/2011 voor de situatie aan de Wip…”.

 

Problemen aanwijzen en oplossingen aanreiken

Als gemeenteraadslid en (voornamelijk) als jongere kon ik het idee van deze beslissing niet vatten. De oplossing voor een concreet probleem aan de WIP bestaat er in ogen van het college blijkbaar in alle speelpleinen verboden terrein te maken van 22u tot 08u. Op de gemeenteraad heb ik dan ook enkele kritische opmerkingen en vragen geformuleerd. Het doel van het voorstel van het college was om de concrete overlastproblemen aan de WIP aan te pakken. Een gemeentebestuur moet responsief zijn ten aanzien van haar inwoners. Politici hebben als taak om niet alleen om problemen aan te wijzen, maar moeten ook oplossingen aanreiken.  Aan geen van deze doelen wordt tegemoetgekomen door de voorgestelde beslissing van het college.

Avondklok?

Welk resultaat heeft deze beslissing immers tot gevolg? Door de speelpleinen in het politiereglement te classificeren onder “parken” worden deze verboden terrein na tien uur  ’s avonds en voor acht uur ’s ochtends. Hiermee wordt de overlast aan de WIP weliswaar aangepakt, doch is dit geen oplossing voor het probleem. De uitdaging is er immers voor zorgen dat jongeren genoeg ruimte hebben om te kunnen spelen, om rond te hangen en om aan recretaieve sportbeoefening te doen. Door alle pleinen verboden terrein te maken na 22u voert de gemeente de facto een avondklok in. Dit lijkt mij een te drastische ingreep om de overlastproblemen aan de WIP aan te pakken.

Normaal jongerengedrag

We mogen echter ook niet blind zijn voor de overlast waarmee sommige buurtbewoners te maken krijgen. Het is echter belangrijk dat buurtbewoners ook inzien dat rondhangen op een plein, daar muziek beluisteren en voetballen; niet bestempeld kan worden alsoverlast maar in feite normaal jongerengedrag is. Joy riding, het achterlaten van zwerfvuil en voortdurend nachtlawaai is dit daarentegen niet. Hiertegen moet opgetreden worden. Alle pleinen verboden terrein maken gaat ver aan dit doel voorbij.

Spreidingsidee voor fuiven

Wat het nachtlawaai bij fuiven betreft, dit kan storend zijn. Op dit moment hanteert de gemeente Schilde echter het spreidingsprincipe bij het goedkeuren van fuifaanvragen. Op deze manier worden fuiven gespreid in de tijd en over het grondgebied van Schilde – ’s-Gravenwezel. Zo wordt de overlast in een buurt ten gevolge van een fuif tot het mimimum mogelijke beperkt en blijven fuiven haalbaar in de verschillende buurten waar deze plaatsvinden. Het is immers cruciaal voor onze jongeren dat zij kunnen fuiven in de eigen gemeente. Ook buurtbewoners moeten zich deze vraag stellen: moeten onze jongeren kunnen uitgaan in de eigen gemeente, of moeten zij elk weekend de fiets nemen om ’s nachts naar naburige gemeenten of de stad te rijden om te gaan feesten?

Responsief én probleemoplossond zijn

Fuiven brengen altijd overlast met zich mee. Dankzij de inzet van de organisatoren en het fuifcharter dat in smenwerking met het gemeentebestuur is opgesteld, trachten de betrokkenen deze overlast tot een mimimum te beperken. Door op deze manier te werken is het gemeentebestuur responsief tegenover de klachten van haar inwoners én reikt ze oplossingen voor de problemen aan. Dit moet nu ook gebeuren voor wat de overlast op de pleinen betreft. Jongeren hebben het recht om daar rond te hangen en “jong te zijn”, maar ook de plicht om respectvol met de buurt(bewoners) om te gaan.

zee

Stemrecht voor studenten in studentenstad?

Vorig jaar opperden de Gentse en de Leuvense burgervaders Termont en Tobback (Sp.a) het idee om studenten te laten stemmen in de steden waar zij studeren. Zo kunnen studenten het studentenbeleid evalueren. Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht is het opnieuw interessant ons de vraag te stellen of dit echt de beste manier is om de studentenbelangen te waarborgen?

Op dit moment tellen studenten politiek noch financieel mee in de stad waar zij studeren, terwijl een grote populatie studenten er toch feitelijk woont. Om jullie de aantallen te doen inschatten: binnen enkele jaren (na de integratie van enkele academische opleidingen uit de hogescholen binnen de universiteiten) zouden in Gent en Leuven 30 000 studenten op kot zitten. Antwerpen telt op dit moment ongeveer 5500 kotstudenten.

Innovatief idee?
Het idee om studenten stemrecht te geven in hun studentenstad is echter niet nieuw. In het jaar voorafgaand aan de laatste gemeenteraadsverkiezingen (2006) opperden enkele liberale politici reeds dit idee. Na de verkiezingen ging deze intentie echter verloren. Tobback en Termont het idee opnieuw gelanceerd in januari 2011, anderhalf jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012. Het is bij het idee gebleven.

Welk effect heeft dit voor de steden?
Worden de burgervaders van onze grootsteden plots altruïstisch en zijn zij bekommerd over de mening van de studenten over het gevoerde beleid? We zullen er van uitgaan dat Tobback en Termont handelen in het belang van de studenten. Zelf worden ze er echter ook beter van. Los van enige gesuggereerde politieke voordelen voor bepaalde partijen (jongeren zouden massaal op de Sp.a stemmen?), halen de steden hier ook een financieel voordeel uit voor hun stad. De aanwezigheid brengt verschillende kosten met zich mee (infrastructuur, studentenvoorzieningen, studentenevenementen, veiligheid, …). Tegenover deze kosten staan echter geen opbrengsten van kotstudenten. Als studenten zich domiciliëren in hun studentenstad krijgt deze studentenstad hier echter wel extra middelen voor. Tot zover het voordeel voor de steden.

Maar hoe zit het nu eigenlijk voor de studenten?
Door zich in een studentenstad te domiciliëren, wijzigen de studenten hun hoofdverblijfplaats van hun ouderlijk huis naar deze studentenstad. Dit houdt in dat zij niet meer ten laste zijn en de ouders het kindergeld voor hun kotstudenten verliezen. Men kan zich de vraag stellen of het dit echt waard is. De gemeenteraadsverkiezingen vinden maar plaats om de zes jaar. Een deel studenten moet stem uitbrengen bij aanvang van hun studententijd. Op basis waarvan gaan zij het beleid van “hun” studentenstad beoordelen? Het is echter op dit moment dat zij hun stem kunnen laten gelden; tegen de volgende gemeenteraadsverkiezingen zijn zij hoogstwaarschijnlijk afgestudeerd. Andere studenten gaan op het einde van hun studentenperiode het gevoerde (studenten)beleid van de stad kunnen beoordelen. Een andere groep studenten gaat tot slot nooit met gemeenteraadsverkiezingen geconfronteerd worden tijdens hun studententijd. Los van het feit of er nu al dan niet verkiezingen plaatsvinden blijft “dé mening van de studenten” maar beperkt tot zij die op kot zitten en dus hun kindergeld ervoor over hebben om te kunnen stemmen op de partij die pretendeert het meest studentenvriendelijk te zijn. Zeer democratisch.

Wat is dan wel een alternatief?
Het is belangrijk dat studenten inspraak krijgen in het (studenten)beleid van hun studentenstad. Studenten stemrecht geven in ruil voor hun domiciliëring lijkt mij, omwille van bovenstaande redenen, echter niet de beste manier. Daar gemeenteraadsverkiezingen maar eens per zes jaar plaatsvinden vrees ik dat steden zich zeer pro studenten zullen opstellen in aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen; maar dan jaren een beleid kunnen voeren zonder rekening te houden met de studentenbelangen. Studenten hebben er nood aan dat hun belangen permanent worden verdedigd bij de stad. Een middel hiertoe zijn sterke inspraak- en adviesorganen met representatieve studentenvertegenwoordigers. Zo heeft de stad Antwerpen het Antwerps studentenoverleg (ASO), dat sinds de start van het academiejaar 2010-2011 een aangepast statuut heeft gekregen waardoor het stadsbestuur van Antwerpen verplicht is de studentenvertegenwoordigers om advies te vragen in haar beslissingen m.b.t. het studentenbeleid. Een sterk adviesorgaan is effectiever en zinvoller om de belangen van studenten te verdedigen in de studentensteden. Dit gedurende je hele studententijd; niet enkel in het academiejaar voorafgaand aan gemeenteraadsverkiezingen. Dit is een grotere garantie voor studenten dat hun belangen verdedigd worden.